Toen de paleizen verdwenen, bleven de verhalen: hoe Troy en The Odyssey de mens van vandaag spiegelen
Er zijn weinig verhalen die zo lang met de mensheid zijn meegereisd als de verhalen van Homerus. De oorlog om Troje en de omzwervingen van Odysseus behoren tot de oudste verhalen die mensen elkaar vertellen. Toch zijn het geen verhalen die in een ver verleden zijn vastgezet. Iedere generatie kijkt opnieuw naar Achilles, Helena, Penelope en Odysseus en ontdekt daarin iets van zichzelf.
Dat maakt de vergelijking tussen Wolfgang Petersens Troy (2004) en Christopher Nolans The Odyssey (2026) zo interessant. Beide films keren terug naar dezelfde mythische wereld, maar vertellen uiteindelijk ook iets over de samenleving waarin zij ontstaan. De verschillen tussen beide films laten zien hoe onze ideeën over heldendom, vrouwelijkheid, macht en geweld in ruim twintig jaar zijn veranderd.
Herinneren van verdwenen beschavingen
De wereld achter deze verhalen is die van de Myceense beschaving: een wereld van paleizen, koningen, zeehandel en krijger-elites. De Egeïsche Zee was geen grens, maar een netwerk van verbindingen tussen Griekenland, Kreta en Anatolië. Vanuit paleizen als Mycene, Pylos en Tiryns werd een complexe samenleving bestuurd.
Rond 1200 voor Christus kwam deze wereld echter tot een einde. De oorzaken waren waarschijnlijk veelzijdig: economische ontwrichting, interne conflicten, klimaatproblemen en aanvallen van groepen die in Egyptische bronnen als de Zeevolken worden genoemd. De paleizen verdwenen, het schrift raakte tijdelijk verloren en een nieuwe periode brak aan: de Griekse donkere eeuwen.
Juist vanuit dat perspectief krijgt de reis van Odysseus een bijzondere betekenis. Hij keert niet alleen terug naar Ithaka, maar naar een wereld die in werkelijkheid al op weg was naar verdwijnen. De Odyssee is daarmee ook een verhaal over herinnering: hoe mensen een verdwenen beschaving bewaren door verhalen.
Tussen Aphrodite en Ares
Wanneer Wolfgang Petersen in Troy de poorten van Troje opent, zien we vooral een wereld waarin mannen geschiedenis maken. Achilles, Hector en Agamemnon worden gedreven door eer, macht en de behoefte om herinnerd te worden. De held is degene die strijdt en overwint.
De vrouwen bewegen zich binnen deze wereld van mannelijke ambities. Helena van Sparta, door Diane Kruger vertolkt, wordt voorgesteld als de vrouw wier schoonheid een oorlog veroorzaakt. Maar juist daarin ligt haar tragiek: zij is minder een zelfstandig handelende persoon dan een symbool waarop mannen hun verlangens, eergevoel en machtsstrijd projecteren.
Ook Briseïs, door Rose Byrne tot leven gebracht, laat deze wereld zien. Zij verschijnt aanvankelijk als oorlogsbuit en als bezit binnen een conflict tussen machtige mannen. Pas later krijgt zij ruimte om uit te groeien tot een personage met een eigen moreel perspectief. Andromache, door Saffron Burrows neergezet, vertegenwoordigt vervolgens de menselijke prijs van oorlog: niet de roem van de krijger, maar het verdriet van degenen die achterblijven.
De beeldtaal van Troy past bij het begin van de eenentwintigste eeuw. Het lichaam staat centraal. De krijger wordt bewonderd om kracht en schoonheid; het vrouwelijke lichaam wordt regelmatig onderdeel van de visuele aantrekkingskracht. De film weerspiegelt een tijd waarin helden vaak werden voorgesteld als sterke individuen die door daadkracht en overwinning geschiedenis maken.
Ruim twintig jaar later kijkt Christopher Nolan naar dezelfde wereld vanuit een andere samenleving. The Odyssey verschijnt in een tijd waarin veel vanzelfsprekendheden over macht, identiteit en gender opnieuw worden besproken. De film ontstaat in een Amerika waarin naast nieuwe ideeën over gelijkwaardigheid ook bewegingen zichtbaar zijn die teruggrijpen op traditionele, sterk hiërarchische beelden van mannelijkheid.
Tegen die achtergrond krijgt Nolans Odysseus een andere betekenis. Hij is geen eenvoudige held die zijn waarde bewijst door overheersing en geweld. Zijn reis gaat over verlies, twijfel, relaties en de vraag hoe een mens verder leeft na oorlog en geweld.
Ook de vrouwen krijgen een andere positie. Penelope, door Anne Hathaway vertolkt, is niet slechts de echtgenote die wacht op haar man. Zij is een bestuurder, een strateeg en iemand die haar eigen wereld probeert te beschermen. Haar kracht ligt niet in fysieke macht, maar in intelligentie, geduld en inzicht.
Ook Helena krijgt een nieuwe interpretatie. Lupita Nyong’o geeft gestalte aan Helena van Sparta, een personage dat eeuwenlang vooral verbonden is geweest met het idee van vrouwelijke schoonheid. Haar casting is geen letterlijke reconstructie van de Myceense wereld, maar een hedendaagse interpretatie van een eeuwenoude mythe. Daarmee laat Nolan zien dat verhalen uit het verleden nooit volledig vaststaan: iedere generatie vertelt ze opnieuw vanuit haar eigen vragen en waarden.
De film kan daarmee ook gelezen worden als een reactie op een hedendaagse discussie over mannelijkheid. Tegenover een beeld van de man als dominante veroveraar plaatst Nolan een complexere held. Odysseus ontleent zijn kracht niet alleen aan strijd, maar ook aan zelfbeheersing, trouw en het vermogen om verbinding te zoeken.
Daarmee verandert de stem van vrouwen. In Troy horen we vrouwen vaak in momenten van verdriet: zij huilen om de doden, vrezen de toekomst en ondergaan de gevolgen van beslissingen die door mannen worden genomen. In The Odyssey krijgen vrouwen meer ruimte om te spreken, te twijfelen en invloed uit te oefenen. De vrouw verschuift van iemand die geschiedenis ondergaat naar iemand die mede betekenis geeft aan geschiedenis.
Ook geweld wordt anders bekeken. In Troy is oorlog een groots spektakel. Het duel tussen Achilles en Hector is een bijna monumentale botsing tussen twee krijgers. Het geluid van wapens, strijdkreten en de choreografie van het gevecht maken geweld indrukwekkend. De held wordt groter door zijn vermogen te vechten.
In The Odyssey ligt de nadruk sterker op de gevolgen van geweld. Odysseus keert niet terug als een ongeschonden winnaar, maar als iemand die gevormd en beschadigd is door zijn ervaringen. De oorlog heeft niet alleen steden vernietigd, maar ook mensen veranderd.
Daarmee vertellen beide films uiteindelijk niet alleen iets over de oudheid, maar ook over de afgelopen 22 jaar. Troy weerspiegelt een tijd waarin heldendom, actie en fysieke kracht sterk aanwezig waren in populaire cultuur. The Odyssey weerspiegelt een samenleving waarin meer aandacht is ontstaan voor diversiteit, identiteit, menselijke kwetsbaarheid en de vraag wie een stem krijgt in historische verhalen.
Verdwenen paleizen, reizende verhalen
De paleizen van Mycene verdwenen. De bronstijdwereld stortte in. De donkere eeuwen kwamen ervoor in de plaats. Maar de verhalen bleven reizen.
Misschien is dat de grootste kracht van Homerus: dat zijn verhalen niet alleen vertellen wie wij vroeger waren, maar ons steeds opnieuw vragen wie wij vandaag willen zijn.
Zoals Odysseus zelf blijven deze verhalen onderweg — van landschap naar landschap, van generatie naar generatie, steeds opnieuw op zoek naar betekenis.
Dit is nu een echte cultuurhistorische filmrecensie geworden: niet alleen Troy versus The Odyssey, maar een verhaal over hoe een samenleving zichzelf terugziet in oude mythen.
Comments
Post a Comment