Twee camera’s, één zoektocht naar de mens

Joris Ivens, Sinan Can en de kracht van verhalen die geschiedenis zichtbaar maken


Op het Joris Ivensplein in Nijmegen staat een monument voor een filmmaker die de wereld over reisde, maar altijd verbonden bleef met de stad waar hij werd geboren. Het plein vertelt echter meer dan het verhaal van een documentairemaker. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag hier de Nijmeegse veemarkt. Op deze plek werd verzetsstrijder Jan van Hoof op 19 september 1944 door de Duitse bezetter gefusilleerd.

Twee levensverhalen raken elkaar hier zonder elkaar ooit letterlijk te hebben ontmoet. Jan van Hoof gaf zijn leven in een stad die vocht voor haar bevrijding. Joris Ivens zat op dat moment in de Verenigde Staten. Hij kon de oorlog in Nijmegen niet filmen, maar maakte wel films waarin de strijd tegen fascisme en onderdrukking centraal stond. Zijn camera stond duizenden kilometers verderop, maar de vraag die hem bezighield was dezelfde als die welke hier op straat zichtbaar werd: wat betekent vrijheid wanneer een samenleving onder druk staat?

Juist daarin schuilt de betekenis van een plek. Een plein is niet alleen de ruimte tussen gebouwen. Het is een laag in de tijd. Wat er vandaag staat, ligt boven op wat er gisteren gebeurde. De veemarkt, de dood van Jan van Hoof, het monument voor Ivens en het hedendaagse Nijmegen bestaan er tegelijkertijd, ook al behoren ze tot verschillende historische werelden.

Ivens: de wereld als strijdtoneel

Joris Ivens behoorde tot de eerste generatie documentairemakers die film niet alleen als registratie zagen, maar als een manier om de wereld te begrijpen en, waar nodig, te veranderen. Zijn camera bracht hem naar plekken waar maatschappelijke en politieke systemen botsten met de leefwereld van mensen.

In The Spanish Earth (1937) filmde hij de Spaanse Burgeroorlog, op het moment dat Europa steeds nadrukkelijker werd geconfronteerd met de opkomst van het fascisme. Maar Ivens filmde niet alleen de militaire strijd. Hij liet zien hoe boeren hun land bleven bewerken terwijl om hen heen oorlog woedde. De grote geschiedenis kreeg daardoor een menselijk gezicht.

In Indonesia Calling (1946) koos hij nadrukkelijk de kant van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. De Nederlandse poging om na de Tweede Wereldoorlog de koloniale macht te herstellen, plaatste vrijheid, kolonialisme en zelfbeschikking opnieuw tegenover elkaar. Ivens liet zien dat dezelfde gebeurtenis vanuit verschillende plaatsen en posities anders wordt ervaren.

In Le 17e parallèle (1968) verplaatste zijn camera zich naar Vietnam. Terwijl Washington en Moskou de oorlog vanuit geopolitieke machtsverhoudingen bekeken, filmde Ivens het dagelijkse bestaan van Vietnamese burgers. De Koude Oorlog werd zo zichtbaar in een dorp, een akker, een schuilplaats en het gezicht van een mens.

Ivens filmde dus de grote systemen van zijn tijd, maar zocht steeds naar hun uitwerking in de leefwereld.

Can: de geschiedenis als persoonlijke ervaring

Sinan Can werkt bijna een eeuw later in een wereld die opnieuw wordt bepaald door oorlog, macht, migratie en geopolitieke tegenstellingen. Alleen zijn de scheidslijnen minder overzichtelijk. Staten, religies, etnische groepen, internationale organisaties en lokale gemeenschappen beïnvloeden elkaar voortdurend.

In Bloedbroeders onderzoekt Can radicalisering niet alleen als politiek verschijnsel, maar als een proces waarin individuele levens terechtkomen in grotere ideologische systemen. In De Arabische Storm reist hij door een Midden-Oosten waarin de hoop van de Arabische Lente op veel plaatsen is overgegaan in oorlog en instabiliteit. En in Onze missie in Afghanistan kijkt hij voorbij de militaire operatie naar de vraag wat twintig jaar internationale bemoeienis uiteindelijk betekent voor mensen en samenlevingen.

Daarin verschilt hij van Ivens. Ivens was uitgesproken geëngageerd en geloofde sterk in de mogelijkheid van maatschappelijke verandering vanuit een politieke overtuiging. Can werkt journalistieker en meer vanuit ontmoeting. Hij probeert niet alleen te laten zien wat er gebeurt, maar ook te begrijpen waarom mensen vanuit hun eigen geschiedenis, omgeving en omstandigheden bepaalde keuzes maken.

Toch hebben beide filmmakers iets fundamenteels gemeen: zij brengen de grote geschiedenis terug naar menselijke maat.

Van systeem naar leefwereld

Dat is misschien de belangrijkste les die hun werk ons biedt.

Oorlogen worden gevoerd door staten en legers, maar beleefd door mensen. Koloniale systemen bestaan uit wetten, economische belangen en machtsstructuren, maar worden ervaren op een markt, in een huis of op een akker. Migratie is in statistieken een beweging van mensen over grenzen, maar in de leefwereld is het een afscheid van een straat, een taal die achterblijft en een nieuwe plek waar iemand probeert thuis te raken.

Daarom is de plek zo belangrijk.

Wie geschiedenis alleen als een opeenvolging van gebeurtenissen vertelt, mist een deel van haar betekenis. Wie geschiedenis verbindt met plaatsen, ziet hoe verschillende tijden over elkaar heen liggen en hoe mensen die geschiedenis telkens opnieuw ervaren.

De Waal is daarvan in Nijmegen een treffend voorbeeld.

De Waal als historische laag

De Waal is geen achtergrond bij de geschiedenis van Nijmegen. De rivier heeft die geschiedenis mede gevormd. Zij bracht handel en verbinding, maar vormde ook een grens, een verdedigingslinie en een obstakel. In september 1944 werd de rivier onderdeel van een van de beslissende momenten van de bevrijding van Nijmegen.

De Waaloversteek was geen abstract militair manoeuvre. Het waren jonge mannen die het water overstaken onder vuur. Aan de andere kant lagen bruggen die strategisch van enorme betekenis waren, maar ook een stad waarin mensen wachtten op bevrijding.

Daarom kunnen we de Waal tegelijkertijd lezen als landschap, infrastructuur, grens, verbinding en herinneringsplaats.

Dat maakt de rivier ook geschikt om nieuwe verhalen aan oude te verbinden. Wie vandaag langs de Waal loopt, beweegt letterlijk door verschillende tijden. De bevrijding van 1944 ligt er naast de migratie van vandaag, de internationale handel van eeuwen geleden naast de globalisering van nu.

De rivier stroomt verder terwijl de betekenis van de plek verandert.

Een mogelijk monument voor Sinan Can

Vanuit die gedachte ontstaat een interessante vraag. Zou Sinan Can, net als Joris Ivens, een monument moeten krijgen in Nijmegen?

Een klassiek standbeeld lijkt nauwelijks passend. Zijn werk draait juist om het tegenovergestelde van een voetstuk. Can zet zichzelf niet centraal, maar zoekt mensen op die doorgaans niet centraal staan: slachtoffers van oorlog, vluchtelingen, mensen die hun huis verloren en mensen die proberen te begrijpen hoe hun wereld kon veranderen.

Ook zijn maatschappelijke betrokkenheid gaat verder dan het maken van televisie. Via zijn goede doelenorganisatie probeert hij daadwerkelijk iets te betekenen voor mensen die door oorlog en armoede zijn geraakt. Het verhaal is voor hem geen eindpunt, maar kan aanleiding zijn tot betrokkenheid en handelen.

Daarom zou een passend eerbetoon misschien juist géén monument voor Sinan Can moeten zijn.

Of beter gezegd: een monument dat door zijn vorm naar anderen verwijst.

Een Verhalenlint langs de Waal

Denk aan een levend monument dat begint bij de geschiedenis van de bevrijding en zich langs de Waal door de stad beweegt. Geen object dat alleen zegt: hier moet je aan Sinan Can denken, maar een route die bezoekers uitnodigt om anders naar Nijmegen en haar bewoners te kijken.

Het Besiendershuis kan daarin een plaats worden waar verhalen van de stad samenkomen. Het historische gebouw aan de rivier verbindt de oude handelsstad met de hedendaagse stad van migratie, ontmoeting en culturele diversiteit.

Het Waterlabyrinth kan de beweging van mensen en verhalen verbeelden. Water kent geen grenzen zoals staten die kennen. Het stroomt van plaats naar plaats en verbindt landschappen die op een kaart gescheiden lijken.

Het amfitheater aan de Waal kan vervolgens de plek van de ontmoeting worden: verhalen van ouderen en jongeren, Nijmegenaren van vroeger en nieuwe inwoners, vluchtelingen en mensen die hier hun hele leven wonen. Niet alleen luisteren naar geschiedenis, maar elkaar ontmoeten rond geschiedenis.

Stichting Albany kan de verbinding leggen met de bevrijding van Nijmegen en de Amerikaanse militairen die in 1944 de Waal overstaken. De historische herinnering wordt daarmee geen afgesloten verhaal, maar een vertrekpunt voor de vraag wat vrijheid vandaag betekent.

En ook initiatieven als City Shelter kunnen een plaats krijgen in dat grotere verhaal. Want vrijheid is niet alleen de afwezigheid van een bezetter. Zij betekent ook veiligheid, een dak boven je hoofd, kunnen deelnemen aan de samenleving en uitzicht hebben op een toekomst.

Zo ontstaat een veel rijker begrip van bevrijding.

Verleden, heden en toekomst

Het bijzondere van zo'n Verhalenlint is dat de tijd niet langer in losse vakken wordt verdeeld.

1944 staat niet op zichzelf. De bevrijding van Nijmegen vertelt iets over vrijheid, maar vrijheid heeft ook vandaag betekenis voor mensen die oorlog ontvluchten. De geschiedenis van migratie stopt niet bij de komst van een nieuwe bevolkingsgroep; die mensen veranderen op hun beurt de stad en worden onderdeel van haar nieuwe geschiedenis.

Daarmee ontstaat ook een vraag naar de toekomst.

Hoe willen we dat Nijmegen eruitziet wanneer een volgende generatie langs de Waal loopt? Welke verhalen zullen zij daar aantreffen? Zullen zij vooral monumenten zien die vertellen wat voorbij is, of ook plekken waar zij zelf verhalen kunnen toevoegen?

Dat laatste past misschien wel het beste bij de nalatenschap van Ivens en Can.

Twee camera's, één opdracht

Joris Ivens en Sinan Can behoren tot verschillende tijden.

Ivens was de filmmaker van een eeuw van ideologische strijd, kolonialisme, revoluties en wereldoorlogen. Hij geloofde dat de camera een instrument kon zijn om positie te kiezen en verandering te bewerkstelligen.

Can werkt in een wereld waarin grenzen vervagen, conflicten complexer worden en persoonlijke verhalen steeds belangrijker zijn. Hij zoekt minder naar het grote gelijk en meer naar het verhaal achter het gelijk.

Maar hun camera's zoeken uiteindelijk hetzelfde: de mens achter de geschiedenis, de stem achter het nieuws en de herinnering achter de plek.

Op het Joris Ivensplein komen die lagen letterlijk samen. De plek van de veemarkt, de dood van Jan van Hoof en het monument voor Ivens vertellen verschillende verhalen over oorlog, vrijheid en de manier waarop mensen betekenis geven aan hun verleden.




Een Verhalenlint langs de Waal zou daar een nieuwe laag aan kunnen toevoegen. Het zou het Besiendershuis, het Waterlabyrinth, het amfitheater, Stichting Albany, de bevrijdingsgeschiedenis en de verhalen van Nijmegenaren van vandaag met elkaar verbinden.

Geen standbeeld op een voetstuk, maar een plek die beweegt.

Geen herinnering die wordt afgesloten, maar verhalen die worden doorgegeven.

Van Jan van Hoof naar de bevrijding van Nijmegen, van Joris Ivens naar Sinan Can, van vluchtelingen en nieuwe inwoners naar jongeren die hun eigen toekomst vormgeven.

Een levend monument waarin verleden, heden en toekomst elkaar ontmoeten.

Want misschien is het mooiste monument dat een stad kan geven uiteindelijk niet de steen die zegt wat wij moeten onthouden, maar de plek die ons uitnodigt om te luisteren, elkaar te ontmoeten en samen te bepalen welk verhaal de toekomst van de stad zal vertellen.

Comments

Popular posts from this blog

De schaduw van 9/11 - 25 jaar na dato

Universele narratieven, mythen en transformatie in een globaliserende cultuur

Landverhuizersplein, plaats van aankomst en vertrek