Van de Via Dolorosa naar een nieuwe wereld

Wat Pasen ons leert over crisis, samenleving en de toekomst van de aarde

Volgens de christelijke traditie kwam Helena, de moeder van keizer Constantijn de Grote, in het begin van de vierde eeuw naar Jeruzalem en identificeerde zij Golgotha als de plaats waar Jezus was gestorven voor de zonden van de mensheid. Of je nu gelooft dat Jezus Christus werkelijk uit de dood is opgestaan, of het verhaal van Persephone kent, die volgens de Griekse mythologie een deel van het jaar in de onderwereld verblijft en daarmee de winter veroorzaakt, beide verhalen raken aan een universele vraag: hoe kan nieuw leven ontstaan nadat iets is gestorven? Voor de eerste christenen betekende het verhaal van Jezus bovendien een transformatie van hun bestaande joodse religieuze en culturele wereld. Zij namen oude verhalen en tradities mee, maar gaven er een nieuwe betekenis aan. Culturen zijn daarmee geen statische werkelijkheden; zij veranderen wanneer mensen hun wereld opnieuw proberen te begrijpen.

Misschien staan wij opnieuw voor zo’n moment. Ik woon in Nijmegen, een stad waarin verschillende tijden letterlijk over elkaar heen liggen. Hier lag ooit een belangrijke Romeinse nederzetting aan de noordgrens van het Romeinse Rijk. In de vierde en vijfde eeuw veranderde die wereld echter ingrijpend. Epidemieën, klimaatveranderingen, misoogsten, oorlogen en het wegvallen van handelsrelaties droegen bij aan bevolkingsafname en het verdwijnen van de Romeinse stedelijke cultuur. Wie vandaag door Nijmegen loopt, bevindt zich daardoor niet alleen in het heden. Onder de moderne stad liggen sporen van een oudere wereld; monumenten, gebouwen, straten en landschappen dragen herinneringen aan wat hier eerder gebeurde. Iedere plaats bevat daardoor meerdere tijdlagen: het verleden werkt door in het heden en beïnvloedt de mogelijkheden van de toekomst.

Vanaf ongeveer 1873 groeide Nijmegen van een stad van circa 10.000 inwoners tot bijna 180.000 inwoners. Industrialisering, modernisering en globalisering maakten die ontwikkeling mogelijk. Spoorwegen, industrie, massaproductie, internationale handel, migratie en later digitale communicatie verbonden Nijmegen met een steeds groter wordende wereld. De afgelopen anderhalve eeuw heeft de mens laten zien dat hij enorme veranderingen kan realiseren. Maar juist daardoor ontstaat een historische vraag die steeds urgenter wordt: hoe lang kan een systeem blijven groeien zonder de voorwaarden voor zijn eigen voortbestaan te ondermijnen?

De coronapandemie maakte die kwetsbaarheid plotseling zichtbaar. Mensen moesten hun eigen Via Dolorosa afleggen naar het ziekenhuis, scholen liepen leeg en mijn eigen school, het Canisius College, was wekenlang vrijwel verlaten. Straten werden stil, grenzen gingen dicht en het vanzelfsprekende verkeer van mensen en goederen kwam tot stilstand. Inmiddels weten we dat corona geen geïsoleerde gebeurtenis was. De pandemie werd gevolgd door oorlogen in Europa en het Midden-Oosten, energiecrises, inflatie, geopolitieke spanningen, migratievraagstukken en een steeds zichtbaarder wordende klimaatcrisis. De wereld van 2026 is niet eenvoudig teruggekeerd naar de vanzelfsprekendheid van 2019. De pandemie heeft vooral zichtbaar gemaakt hoe sterk onze dagelijkse leefwereld verbonden is met systemen die zich over de hele planeet uitstrekken.

Wanneer we een crisis meemaken, beginnen we bij onze eigen ervaring: een ziek familielid, een lege school, een ziekenhuis, een gesloten winkel of een veranderde straat. Achter die concrete werkelijkheid bevinden zich echter systemen van economie, politiek, technologie, landbouw, energie, gezondheidszorg, internationale handel en communicatie. Wat dichtbij gebeurt, kan worden veroorzaakt door ontwikkelingen ver weg. Een virus kan binnen enkele weken de wereld rondgaan, een oorlog kan onze energieprijzen beïnvloeden en een probleem in een internationale productieketen kan hier leiden tot lege schappen of stilgelegde fabrieken. Onze persoonlijke leefwereld en de grote systemen van de wereld zijn daardoor voortdurend met elkaar verbonden.

Dat roept ook de vraag op naar verantwoordelijkheid. Ik moet naar mezelf kijken: ik rijd auto, ik eet vlees en ik consumeer. Ik maak deel uit van het systeem dat ik tegelijkertijd kritisch beschouw. Toen ik jong was, geloofde ik sterk dat mijn individuele gedrag een verschil kon maken. Inmiddels weet ik dat individuele keuzes belangrijk zijn, maar onvoldoende. Beslissingen van regeringen, multinationale ondernemingen, financiële instellingen en politieke machtsblokken bepalen in veel gevallen de richting waarin onze samenleving zich ontwikkelt. Werkelijke verantwoordelijkheid vraagt daarom om een verbinding tussen het persoonlijke en het institutionele: tussen wat wij zelf doen en de keuzes die worden gemaakt door de organisaties en machtsstructuren waarvan wij afhankelijk zijn.

Globalisering heeft ons veel gebracht. Miljoenen mensen hebben dankzij internationale handel een beter bestaan gekregen; mensen kunnen gemakkelijker reizen, studeren en werken en interculturele ontmoetingen hebben talloze nieuwe vriendschappen en ideeën voortgebracht. Tegelijkertijd heeft dezelfde verbondenheid nieuwe kwetsbaarheden gecreëerd. Een virus kan zich razendsnel over de wereld verspreiden, een oorlog kan mondiale voedsel- en energiemarkten ontwrichten en een probleem op één continent kan economische gevolgen hebben op een ander continent. Globalisering is daarom niet eenvoudigweg goed of slecht. Het is een netwerk van verbindingen. De werkelijke vraag is hoe wij die verbindingen organiseren en welke waarden daarbij leidend zijn.

Daarmee komen we bij de aarde zelf. Voor een christen is de aarde Gods schepping. In andere religieuze tradities heeft de natuur eveneens een sacrale betekenis; de Grieken zagen haar als onderdeel van een kosmische orde. Vanuit een wetenschappelijk perspectief spreken we over ecosystemen die zich gedurende miljarden jaren hebben ontwikkeld. Welke interpretatie we ook kiezen, één werkelijkheid blijft overeind: de mens is afhankelijk van een veel groter systeem waarvan hij zelf onderdeel is. Toch behandelen wij de aarde vaak als een verzameling productiefactoren. Een weiland wordt melkproductie, een rivier een transportverbinding, een bos hout en een landschap een locatie voor infrastructuur. Daarmee verliezen we gemakkelijk uit het oog dat dezelfde systemen waarvan wij economisch afhankelijk zijn ook de voorwaarden vormen voor ons eigen leven.

De Nederlandse landbouw laat dat scherp zien. Door intensivering en technologische ontwikkeling is de productie enorm toegenomen en Nederlandse landbouwproducten worden wereldwijd verhandeld. Tegelijkertijd heeft die intensivering gevolgen gehad voor bodem, water en biodiversiteit. In sommige landschappen zijn bloemen, insecten, wormen en vogels sterk achteruitgegaan. De koe die tientallen liters melk per dag produceert, is bovendien niet simpelweg een natuurlijk gegeven, maar mede het resultaat van menselijke selectie, wetenschap en technologie. De vraag is daarom niet alleen hoeveel wij kunnen produceren, maar ook welke leefwereld ontstaat wanneer productie en economische efficiëntie de belangrijkste maatstaven worden.

In 1987 formuleerde de Brundtlandcommissie haar inmiddels beroemde definitie van duurzame ontwikkeling: voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien te ondermijnen. Achter die formulering ligt uiteindelijk een morele vraag. De aarde is niet uitsluitend van ons. Wij ontvangen haar van eerdere generaties en geven haar door aan mensen die nog niet geboren zijn. Wie de aarde als schepping beschouwt, kan daarom moeilijk volhouden dat zij uitsluitend een voorraadkamer voor de huidige generatie is. Misschien vraagt rentmeesterschap ons om onszelf niet als eigenaar, maar als tijdelijke beheerder te zien.

De klimaatverandering maakt die verantwoordelijkheid steeds dringender. De aarde warmt op, ecosystemen veranderen en biodiversiteit neemt af. Het zou te eenvoudig zijn om ieder nieuw virus rechtstreeks aan klimaatverandering toe te schrijven, maar de bredere les is duidelijk: wanneer wij natuurlijke systemen ingrijpend veranderen, veranderen ook de omstandigheden waarin mensen, dieren en ziekteverwekkers elkaar ontmoeten. De aarde reageert niet in menselijke taal, maar veranderingen in ecosystemen vertellen ons wel iets over de gevolgen van ons handelen. De vraag is of wij die signalen kunnen en willen lezen.

Daarmee wordt de toekomst een morele verantwoordelijkheid. We moeten niet alleen begrijpen wat er in het verleden gebeurde en wat er vandaag gebeurt; we moeten ons ook kunnen voorstellen welke werelden wij aan het creëren zijn. Hoe ziet Nijmegen eruit in 2050? Hoe ziet onderwijs eruit? Hoe organiseren we landbouw wanneer biodiversiteit werkelijk centraal staat? Hoe reizen we wanneer fossiele brandstoffen grotendeels verdwenen zijn? Welke waarden willen we doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen? Zulke vragen verbinden geschiedenis met de toekomst. Ze maken duidelijk dat de toekomst geen bestemming is waar we vanzelf terechtkomen, maar mede het resultaat van keuzes die vandaag worden gemaakt.

Daarmee krijgt Pasen opnieuw betekenis. Het christelijke verhaal vertelt niet alleen dat Jezus stierf, maar ook dat uit zijn dood nieuw leven voortkwam. De wederopstanding kan daarom worden gelezen als een verhaal over transformatie: het nieuwe ontstaat niet doordat het oude eenvoudig wordt teruggebracht, maar doordat iets fundamenteel verandert. Misschien moeten wij daarom na een crisis niet alleen vragen hoe we onze oude samenleving zo snel mogelijk kunnen herstellen. We moeten ons ook afvragen wat de crisis ons heeft geleerd en welke onderdelen van onze oude manier van leven misschien niet opnieuw hoeven te worden opgebouwd.

Dat geldt voor de economie, maar ook voor onderwijs, politiek, technologie, landbouw en onze omgang met de aarde. Werkelijk herstel betekent niet noodzakelijk terugkeer naar de situatie van vóór de crisis. Het kan ook betekenen dat wij uit een crisis komen met een ander begrip van wat vooruitgang is. Niet alleen meer productie, meer consumptie en meer snelheid, maar ook meer veerkracht, verbondenheid, biodiversiteit, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties.

Misschien begint die verandering op de plaats waar wij zelf leven. Een straat in Nijmegen kan ons iets vertellen over de Romeinse geschiedenis; een ziekenhuis over de kwetsbaarheid van de moderne samenleving; een school over de manier waarop jongeren naar de toekomst kijken; een rivier over landschap, klimaat en economie; een weiland over biodiversiteit en mondiale handel. Door aandachtig naar een concrete plaats te kijken, kunnen we grotere systemen leren begrijpen. Door verschillende perspectieven naast elkaar te leggen — dat van de inwoner, de ondernemer, de boer, de leerling, de bestuurder, de wetenschapper en de toekomstige generatie — ontstaat bovendien een vollediger beeld van de werkelijkheid. Zo worden verleden, heden en toekomst met elkaar verbonden en wordt zichtbaar hoe lokale ervaringen onderdeel zijn van mondiale processen.

Volgens het christelijke verhaal stierf Jezus voor de zonden van de mensheid. Ook ik moet daarbij naar mezelf kijken. Ik rijd auto, ik eet vlees en ik consumeer. Ik ben onderdeel van de wereld die ik bekritiseer. Maar misschien begint verantwoordelijkheid juist bij die erkenning: niet bij de gedachte dat ik onschuldig ben, maar bij het besef dat ik onderdeel ben van een groter geheel. Als individu, burger, docent en inwoner draag ik verantwoordelijkheid voor mijn eigen keuzes; als samenleving dragen we daarnaast verantwoordelijkheid voor de systemen die onze keuzes mogelijk maken en sturen.

Pasen stelt ons daarmee voor een vraag die veel verder gaat dan religie alleen. Wat doen wij wanneer de wereld die wij kennen niet langer houdbaar blijkt? Keren we terug naar het oude zodra de crisis voorbij is, of gebruiken we de breuk om iets nieuws te laten ontstaan? Het verhaal van de wederopstanding suggereert dat dood niet het laatste woord hoeft te hebben. Maar nieuw leven ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om verbeelding, verantwoordelijkheid en de bereidheid om oude patronen los te laten.

Aan het einde van een oude cd van Crowded House klinkt de zin: “I am still here.” Misschien kunnen we die woorden vandaag horen als een boodschap van de aarde. Niet als een garantie dat alles hetzelfde zal blijven, maar als een uitnodiging om opnieuw te kijken naar de wereld waarvan wij deel uitmaken. De aarde is er nog. Wij zijn er nog. De toekomst ligt nog voor ons. De vraag is daarom niet alleen hoe wij onze oude wereld kunnen laten herrijzen, maar welke nieuwe wereld wij bereid zijn te laten ontstaan.

Comments

Popular posts from this blog

De schaduw van 9/11 - 25 jaar na dato

Universele narratieven, mythen en transformatie in een globaliserende cultuur

Landverhuizersplein, plaats van aankomst en vertrek